|
|
|
| CV-Ketels |
Voor de veiligheid en het ongestoord functioneren van een cv-ketel adviseren
wij u periodieke onderhoudsbeurten aan uw toestel te laten uitvoeren. Dit
verlengt de levensduur van uw ketel en beperkt de storingen aan het toestel. Voor het jaarlijks onderhoud van uw cv-ketel kunt u een contract bij ons
afsluiten. Belt u ons voor meer informatie of een afspraak op 036-5310300.
Los zelf een storing op! Voordat u de storingsdienst belt, controleert u dan eerst de navolgende zaken. Stroom Een cv-installatie heeft een circulatiepomp die is aangesloten op elektriciteit. Kijk of de stekker in het stopcontact zit en of hier genoeg spanning op staat. Waterdruk Controleer of er genoeg druk op het water staat. U kunt dit zien op de drukmeter die aan de ketel zit. De waarde moet altijd tussen 1,5 en 2 bar zijn. Als de wijzer lager of dicht bij 1 staat, moet u de installatie bijvullen. Hiervoor gebruikt u de slang die meestal vlakbij de cv-ketel ligt of hangt. De vulkraan, waar het water dus ingaat, bevindt zich doorgaans ook in de buurt van het toestel en anders aan een radiator (meestal de badkamer). Zet de kamerthermostaat op de laagste stand en wacht tot de thermometer op de ketel niet meer aangeeft dan 40˚C. Draai de slang op een koudwaterkraan. Vul hem zachtjes met water zodat er geen lucht meer in zit. Sluit de andere kant van de slang aan op de vulkraan. Draai beide kranen open (eerst de koudwaterkraan) en kijk op de drukmeter, die, als het goed is, oploopt. U kunt stoppen als de wijzer 2 bar aangeeft. Mocht u dit probleem vaker hebben dan kan er ook iets mis zijn met het expansievat. Gaskraan Controleer of de gaskraan open staat. De hoofdafsluiter vindt u vaak in de meterkas, de ketelafsluiter bij de ketel. Ontluchten Zijn radiatoren niet warm? Ontlucht de radiatoren. Draai de radiatorkraan dicht of trek de stekker van de pomp bij de ketel uit het stopcontact. Wacht even, zodat de lucht naar boven kan. Op de radiator zit een ontluchtingspunt die u met een klein sleuteltje – dat bij de verwarming hoort – kunt openzetten. Een slag tegen de klok in is voldoende. U hoort de lucht ontsnappen. Als er water uit het kraantje komt, draait u deze weer dicht. Tip: houd een handdoek of een opvangbakje bij de hand. Thermostaat De kamerthermostaat bepaalt of de ketel brandt of niet. Controleer of de kamerthermostaat goed is ingesteld. De ketel slaat niet aan als de ingestelde temperatuur lager is dan de kamertemperatuur. Controleer of de batterijen van de kamerthermostaat leeg zijn. Gebruik nooit oplaadbare batterijen, die zijn onbetrouwbaar in thermostaten. Waterkraan U krijgt wel warm water, maar de verwarming doet het niet? Controleer of ergens in huis een waterkraan drupt of openstaat. Een combiketel geeft warm water ALTIJD voorrang op verwarming. Radiatoren Controleer of er minimaal 2 tot 3 radiatoren openstaan. De ketel kan stoppen met branden als er geen of te weinig radiatorkranen zijn opengedraaid. Dan gaat er zo weinig water door het systeem dat de ketel zijn geproduceerde warmte niet kwijt kan. Op zo'n moment treedt de maximaalbeveiliging in werking. Waakvlam Controleer of waakvlam brandt (moderne toestellen met een elektronische ontsteking hebben geen waakvlam). Zo niet, controleer of de gaskraan openstaat. Steek de vlam volgens de gebruiksaanwijzing weer aan. Reset Biedt het bovenstaande geen oplossing? Reset de installatie. Zet de hele installatie uit en start hem opnieuw. Druk, indien aanwezig, de reset‑, ontgrendel‑ of herstartknop in of haal de stekker er even uit. Noteer wel eerst de storingscode van de display, als die op het toestel zit. De informatie is van belang voor de installateur.
|
| Copyright © 2008 Loodgietersbedrijf Hendriks B.V. | |